ontstaansgeschiedenis
Het Stedelijk Museum Zwolle is in 1996 ontstaan uit een fusie van het Provinciaal Overijssels Museum (POM) en de Librije Hedendaagse Kunst. Deze instellingen waren respectievelijk gevestigd in het Drostenhuis en de Gouden Kroon en in de Librije in Zwolle. De nieuwe instelling kreeg meer armslag door de bouw van een nieuwe vleugel voor tijdelijke tentoonstellingen. Deze nieuwbouw is in 1997 geopend.

De gebouwen:
Het Drostenhuis
In het Drostenhuis wordt een deel van de cultuurhistorische collectie van het museum geëxposeerd. Het huis werd gebouwd voor Engelbert van Ensse, drost van Coevorden en Drente, rentmeester van Salland, Vollenhove en Kuinre. Van Ensse was een vermogend man. In 1628 was het Drostenhuis het grootste huis in de wijk Voorstraat, een van de vier wijken van Zwolle. De bouwgeschiedenis is op een aantal plaatsen in het huis nog duidelijk te volgen. De voorgevel, de spiltrap en een deel van de plafonds stammen uit de beginperiode van het pand. In de 18de eeuw is het gebouw 'gemoderniseerd': op de gevel werd een houten kroonlijst met gebeeldhouwde figuren (Poseidon en Amphitrite) geplaatst, in het huis zelf werd in één vertrek stucwerk aangebracht. De keuken kreeg naast de open kookplaats een fornuis en werd betegeld. De kamers van het Drostenhuis zijn deels ingericht als stijlkamer om de bouwgeschiedenis van het pand te benadrukken en een beeld te geven van de cultuurhistorie van een bepaalde periode, deels als thematentoonstellingen over een bepaald aspect van de geschiedenis, zoals de archeologie, de economische en de bestuurlijke geschiedenis van de stad Zwolle.
De nieuwbouw
Deze nieuwbouw bestaat uit een open, glazen deel en een gesloten gedeelte, opgetrokken uit donkere baksteen. Het bevat de entree, drie tentoonstellingsruimten, depots en een museumcafé. In dit gebouw vinden de tijdelijke tentoonstellingen plaats op het gebied van cultuurhistorie. Tweemaal per jaar is er tevens een educatief project, gericht op scholen in de wijde omgeving van Zwolle. Men bereikt de tweede etage via een spectaculaire glazen trap, die door de architect van de nieuwbouw, de Zwollenaar Gerard van de Belt, bijna diagonaal in het glazen deel is geplaatst. De bedoeling hiervan is dat de blik van de bezoeker bij binnenkomst via de glazen trap en door de gehele glazen wand heen naar de Peperbus, de toren van de Onze Lieve Vrouwekerk, wordt geleid. De Peperbus is met de Sassenpoort het bekendste monument van Zwolle. Het museumcafé is tegen de buitenmuur van de 'Gouden Kroon' aan de Voorstraat gebouwd. Van hieruit heeft men zicht op de tuin en in de zomer kan de bezoeker op het terras zitten. In de Gouden Kroon bevindt zich het auditorium waar diverse activiteiten plaatsvinden.
Deze nieuwbouw bestaat uit een open, glazen deel en een gesloten gedeelte, opgetrokken uit donkere baksteen. Het bevat de entree, drie tentoonstellingsruimten, depots en een museumcafé. In dit gebouw vinden de tijdelijke tentoonstellingen plaats op het gebied van cultuurhistorie. Tweemaal per jaar is er tevens een educatief project, gericht op scholen in de wijde omgeving van Zwolle. Men bereikt de tweede etage via een spectaculaire glazen trap, die door de architect van de nieuwbouw, de Zwollenaar Gerard van de Belt, bijna diagonaal in het glazen deel is geplaatst. De bedoeling hiervan is dat de blik van de bezoeker bij binnenkomst via de glazen trap en door de gehele glazen wand heen naar de Peperbus, de toren van de Onze Lieve Vrouwekerk, wordt geleid. De Peperbus is met de Sassenpoort het bekendste monument van Zwolle. Het museumcafé is tegen de buitenmuur van de 'Gouden Kroon' aan de Voorstraat gebouwd. Van hieruit heeft men zicht op de tuin en in de zomer kan de bezoeker op het terras zitten. In de Gouden Kroon bevindt zich het auditorium waar diverse activiteiten plaatsvinden.